Onderzoek kinderen/jongeren en echtscheiding

ALGEMEENOnderzoekOnderzoek kinderen/jongeren en echtscheiding

Ongeveer 70.000 kinderen en jongeren zijn per jaar betrokken bij ouderlijke scheiding. Ongeveer 14.000 kinderen verliezen per jaar het contact met hun uitwonende ouder (meestal de vader) en ongeveer 7.000 kinderen komen per jaar door de scheiding in ernstige problemen. Uit onderzoek blijkt dat 15% van alle kinderen en tieners in meer of mindere mate problemen heeft. In de groep echtscheidingskinderen is dit 30%.

De belangrijkste negatieve uitkomsten voor kinderen van gescheiden ouders zijn:
  • gedragsproblemen als agressie, boosheid, vandalisme, delinquentie, alcohol drinken en blowen;
  • teruggetrokkenheid, negatief zelfbeeld, somberheid, depressie;
  • lagere schoolprestaties;
  • problemen in vriendschapsrelaties;
  • zwakkere band met ouders.

De gevolgen van scheiding duren vaak tot in de volwassenheid voort. De belangrijkste gevolgen zijn dan:
  • een lager opleidingsniveau;
  • minder inkomen;
  • groter risico op depressie;
  • zwakkere relatie met ouders;
  • groter eigen scheidingsrisico.
(Bron: scheidingskinderen – Ed Spruijt)

Kinderen van gescheiden ouders blijven op school vaker zitten dan leeftijdsgenoten. Ze hebben meer last van angst en depressiviteit en angst, ze drinken meer en ze gebruiken meer drugs. Dat blijkt uit een groot onderzoek van de universiteit van Leuven (2011).

80% van de kinderen die bij Bureau Jeugdzorg belanden, komt uit een gebroken gezin. (Diekstra en Orbons, brief aan minister Rouvoet voor Jeugd en Gezin, 2007).

Kinderen van gescheiden ouders scheiden later zelf twee keer zoveel en als beide partners scheidingskinderen zijn, zelfs drie keer zoveel (Ed Spruijt 2007).

Belgisch onderzoek (Brache, Gouwy, Wauterix - Gent 2006) wijst uit dat scheidingskinderen ruim twintig jaar later nog lijden onder de scheiding.

Het nut van voorlichting over ‘verstandig scheiden’
Kranzl-Nagl (2006) deed onderzoek in Oostenrijk onder 647 professionals die in hun werk op de een of andere manier met scheiding te maken hebben. Zij bepleit meer en betere methoden om ouders voor te lichten over scheiding, vooral over de behoeften van kinderen.
Ook uit het Nederlandse onderzoek van Ed Spruijt uit 2005 blijkt dat kinderen baat hebben bij vroegtijdige informatie over en erkenning van hun positie rond de ouderlijke scheiding.

Zoals Bradley en Beveridge (2004) het omschrijven: kinderen hoeven geen slachtoffer te worden van de scheiding van hun ouders. Ouders kunnen ervoor zorgen dat het proces voor de kinderen zo goed mogelijk verloopt.

Shelton (2006) rapporteert over een studie naar een verplicht educatieprogramma voor gescheiden ouders waaraan in Vermont (VS) ongeveer 2400 gescheiden ouders per jaar deelnemen onder meer: ouders zeggen veel te hebben geleerd, ze weten te weinig wat te doen rondom de scheiding. Ze weten ook niet waar ze hulp kunnen vinden. Ouders willen simpele en praktische adviezen en begrijpen vaak niet wat ze fout doen ten opzichte van hun kinderen.

Ed Spruijt concludeert: ouders, overal ter wereld, weten te nog te weinig wat te doen met de kinderen gedurende het scheidingsproces.

Op de Jonge Helden Adviessite www.oudersvanjongehelden.nl wordt uitgebreid aandacht besteed aan informatie en tips voor ouders die gaan scheiden.